Links

Omroep Gelderland

Levende Herinneringen

http://indonesie.startpagina.be

Vertelhetaaniedereen.

Bunkerpictures, Atlantikwall.

Veteranenstad Eindhoven

Na vijfenvijftig jaar eindelijk erkenning.

Geschiedenisles: Twintigste eeuw

Om je heen

Geschiedenisles

Bond van Wapenbroedersgroningen

Nederlands-Indixebpagina

Website Veteranen Online

Foto`s van Den Haag (met verhalen van Fred)

De twintigste eeuw voor kinderen "mijn eerste site" hetvergetenleger

Onderwerpen op deze website

Het vergeten leger
Het NSBers Kamp in Scheveningen Duindorp
De Reis Naar Het Onbekende
Het Hannemanshofje
Het ware verhaal van een jongere broer
Mijn eerste 10 jaren 1926 tot 1936
Zo was het omstreeks 1930
Mijn schooljaren
De invloed van de oorlog 1940-1945
De haringboer
Fred's militaire verleden 1947-1950
Het soldatenleven in de tropen
Het eten ging op de bon
Het soldatenleven in de tropen (deel 2)
Hoe ging het met de post, en wat waren wij gewend.
1948: De tweede politionele actie is begonnen
Sporten rond 1935
Na de 10 eerste jaren, nu tot 1940.
Het vergeten leger
Kamp Duindorp
Reis naar het onbekende
Na het overlijden van Koningin Wilhelmina
Oranjeboombier
Soldaten leven in de tropen deel 3
Een geschiedenis leraar verteld
De eerste Televisie beelden
Grote watersnood ramp Zeeland
De tropenjaren van het Tweede Mitrailleur Bataljon.
Ons verleden
Al meer dan tien jaar het vergeten leger
Eindelijk erkenning
Veteranen komen in beeld
Soldatenleven in de tropen
Eten en ons rookertje
Dodenlijst van een week
De tijd gaat door
Onze opleiding en op weg naar de tropen
Onze jeugdjaren
Drie jaar in de tropen

Poll over Nederlands-Indixeb

Moet Nederland-Indixeb een grotere rol in het geschiedenisonderwijs gaan spelen?

Ja [82.7%]
Nee [17.3%]
Stemmen: 110

Poll over Nederlands-Indixc3xab

Moet Nederland-Indixc3xab een grotere rol in het geschiedenisonderwijs gaan spelen?

Ja [82.7%]
Nee [17.3%]
Stemmen: 110

Drie jaar in de tropen

Onze drie tropen jaren uit de periode 1947-1950 hebben wel een hele grote stempel op de latere jaren bezorgt.
Als je nu weet en ziet wat er na die tijd is veranderd, dan is het verschil wel heel erg groot, vooral door de loop van de jaren zie je dat het Nederlandse leger nu een zeer gedegen opleidingen krijgen als wij in de vijftiger jaren hebben gehad en er veel meer dienstgeld voor beschikbaar is
Wij de oudste veteranen vanuit de vijftiger jaren kregen een korte opleiding, voor de infanterie was dat 6 weken, voor de chauffeurs opleiding kwamen er 6 weken bij, daarna werden wij overgebracht naar de Frederik Hendriks Kazerne in Leeuwarden, om dan te wachtende op de boot die werd klaargemaakt in Amsterdam of Rotterdam om de reis naar Indixeb voor te bereiden. gemiddeld vier weken waren deze troepentransport schepen onderweg.

boissevain6.jpg picture by Tulpenhof

Niet alle militairen hadden het goed aan boord, het eten liep op sommige schepen veel te wensen over. Op een van deze schepen is toen muiterij uitgebroken, met veel inzet van de officixebren en de bemanning heeft men dit weten te zussen, het geeft aan dat niet ieder schip dezelfde mogelijkheden had, het schip dat ons naar Indie bracht was de Boissevain, en waren de maaltijden goed, s`morgens na de maaltijd was het appel, dit moest op het voordek, daarna werden twee Kamerwachten aangewezen die alles in het voorruim moesten schoonhouden en de rommel opruimen, tevens voor de maaltijd naar het midden van het schip moesten om eten en drinken op te halen voor de gehele compagnie, wij sliepen allemaal in hangmatten. De sergeants hadden kamers waar zij met zijn vieren sliepen, de reis ging door het Suezkanaal, tijdens deze reis mochten wij nergens aan wal, oorzaak dat een buitenlands leger niet mocht passagieren, wel waren enkele militairen die met het vliegtuig naar huis moesten, zij konden niet zweten en hadden het te kwaad in het hete Suez kanaal, zij kregen toestemming om aan land te gaan, inmiddels hadden wij tropen kleding gekregen en moesten onze winterkleding inleveren, het was erg warm aan boord, veel jongens sliepen op het bovendek, lekker koel in de nacht maar het was wel op de harde dekken..Toen wij na drie weken Sumatra naderde, mochten wij in Sabang aan wal, het was tropisch heet, gemiddeld 35 graden, er is wat afgedronken tijdens de reis en het verblijf in de tropen, alleen hadden wij een paar guldens overgehouden van het weinige wat wij aan boord hebben ontvangen. Wij schrokken van het vuil en de rommel die je overal op straten zag liggen, de eerste indrukkenwaren niet van de beste, van te voren waren wij gewaarschuwd voor dit alles, vooral geen water uit de kraan te drinken was een nootzaak, enkele jongens luisterde niet en kregen na een paar uur behoorlijke buikloop en hebben dagen ermee gezeten
Na een paar uur op Sabang aan wal te zijn geweest, gingen wij op weg naar Batavia om langs Sumatra het laatste gedeelte af te leggen naar de hoofdstad Batavia, onderweg was er een heuse doop, diverse jongens werden ingezeept met schuim en konden in het kleine zwembad bijkomen, kregen daarna een papieren acte van deze doop, welke was gehouden op de Evenaar
We kregen tegen tropen kwalen, malaria en zout tabletten de eerste om een eventuele malaria aanval te onderdrukken, de tweede tabled was om het zweten te bevorderen, daarvoor moest je gemiddeld vijf liter vocht drinken.
In Batavia aangekomen werden wij opgevangen door militaire trucks die ons naar de benedenstad brachten, in het oude Gouvernement gebouw bleek het daar bloedheet te zijn, soms was de temperatuur hoger dan de 35 graden, wij konden langzaam overschakelen naar deze broeiende hete temperaturen, en hoefde de eerste zes weken maar weinig te doen, wij moeste acclimatiseren, wennen aan de altijd hete temperaturen, een kleine groep van onze compagnie kreeg tijdelijk een wagen, en reden zij voor de NIRUB, voordat wij een wagen kregen toegewezen, werden wij getest door twee ervaren en oudere chauffeurs, sommige jongens kregen eerst nog wat lessen, maar na drie maanden had de gehele 17 AAT meer dan 130 trucks, wij van het C peloton kregen snelle Fort drie tonners, het A peloton kreeg Dodgers, het B peloton, had Fort frontpotten met een stompe neus.
Rijden in de bergen was voor ons nieuw en vreemd, vanuit Batavia naar Bandoeng moeste wij 2000 meter stijgen in het bergterrein, in het begin hadden wij moeite met het schakelen, je merkte dat het moest, anders stond je even later stil met een hete motor, de terugreis was geheel anders, oppassen geblazen, nu iedere keer de steile hellingen af, en zorgen dat je niet in een ravijn belande, het was wel even wennen, vooral als de truck met drie ton gewicht was geladen.
Wij hebben de tropentijd nooit als een straf gezien, de meeste jongens van ons C peloton waren vrijwilligers, de andere pelotons waren dienstplichtig, ook zij hebben nooit geen moeite gehad om naar de tropen te gaan, wel hebben wij diverse kwalen gehad, waarvan enkele naar Nederland terug moesten, omdat het genezing proces voorhun niet mogelijk was.
In Holland was ons verteld door onze Commandant dat de tijdsduur twee jaar zou zijn, achteraf bleek dat het te kort was, en moesten drie jaar in een vreemd tropenland dienen, vakantie was voor ons vreemd, waren haast altijd op de weg, reden dikwijls in een konvooi, soms met het gehele peloton, voorop een Jeep met een rode vlag, en de commandant, en de laatste wagen had een groene vlag, altijd met twee motorrijders, die op kruispunten het verkeer lieten stoppen en voor ons de weg vrij maakte, zodat wij ongehinderd konden doorrijden, dikwijls kregen de motor koeriers een kwaal, op de veeral slechte wegen rammelde zij op de motor, ondanks de leren gordel zie zij omhadden, kregen zij last van de nieren, en moesten zij een tijdje rusten om te genezen.
Het leven in de tropen, verslag van een veteraan

Onze jeugdjaren

Jeugdherinneringen van een veteraan

Denk nog veel terug aan onze jeugdjaren, vroeger was het leven veel eenvoudiger, er is heel veel veranderd na 1950, ja dik zestig jaar terug denken, wat hadden wij in die jaren.
Laat ik met het rokertje beginnen, iedereen rookte, mannen rookte veel meer, een pijp werd veel gerookt, met verse tabak ik de kop van de pijp en de brand erin rook het lekker, de blauwe rook walm vulde het vertrek, als de tabak haast verbruikt was begon de pijp te stinken, na afloop werd de kop van pijp leeg geklopt, en de aanslag eruit gekrabbeld.
Mijn Opa die alleen sigaren gebruikte, had er dikwijls geen geld voor om zijn rokertje te kopen, drie centen voor een sigaar was duur in die tijd, soms mocht ik als jongen van mijn moeder op de woensdag middag vanuit school door naar Opoe en Opa, met vijftien cent van Ma kocht ik in de winkel waar mijn Opa kwam, vijf grote dikke zware buik sigaren, deze werden keurig netjes in een speciaal zakje gedaan, tevens kwam er een pijpje bij om als de sigaar kleiner werd deze in het pijpje te stoppen.
Vol trots overhandigde ik de sigaren, en Opa was blij, stak gelijk een sigaar op en zat heerlijk te dampen in zijn mooie oude leren stoel.
De vrouwen rookte ook, maar die deden het alleen binnenhuis, op de straat roken vonden zij niet netjes, een enkeling daar gelaten, maar die dames werden dikwijls voor een niet net persoon aangezien, er waren veel oudere die pruimde, je had speciale pruim tabak, waarbij je dikwijls het bruine sap uit de hoek van de mond zag komen.

Wat waren toen de bekende sigaretten merken, Christo Cassimis was een Egyptisch merk, Chieffiep op ieders lip, werd veel door dames gebruikt, Buffalo Bil, geel, was de lichtste, rood was middel, en blauw de zware sigaretten, pakje Ibis shag met vloei was 9 cent en het goedkoopste, loop me benen uit me reet voor een North State, met dit gezegde heeft een roker in de veertiger jaren een prijs gewonnen die was uitgeschreven voor de leukste rijm.

Arme mensen waren er veel meer als nu, nu zijn er nog steeds arme mensen, maar die hebben nu toch iets meer te besteden, wij wisten het vroeger niet beter, en je vond het normaal, het loon was karig, als je zuinig was dan kon je er redelijk mee omgaan, mijn vrouw leverde drie lege flessen in, met die dertig cent kon ze precies kopen wat ze wilde hebben, zelf verdiende ik zestig guldens in de week, het geld kreeg je zaterdags na 48 uur werken in een loonzakje in je handen, en mijn vrouw verdiende tien guldens bij een dierenarts, daarvan spaarde wij alles wat overbleef, en zette het op een bank waar wij een spaarrekening hadden geopend.

Veel mensen waren klein behuisd, er was geen gang, wel was er een kleine overloop,en een trap naar de zolder, als je binnen kwam stond je gelijk bij de wc die van hout gemaakt was, een houten kastje met een ronde houten deksel op de zitplaats, het wriemelde in de zomer meestal van de vliegen, dan viel de grote hoop in een houten tonnetje, iedere week kwam een paard en wagen langs om deze te ledigen in een grote bak met deksel.

Tegenover de wc was de kamerdeur en kwam je gelijk in de woonkamer, met de bedstee die onder de trap zat, via de trap kwam je op de zolder waar de slaapkamertjes van de kinderen waren, in de kamer was de vloer rood geverfd, tijdens de weekenden werd daaronder met fijn wit zand een paar figuurtjes gemaakt, in die kamer stond de kachel of een fornuis, veelal werd er ook met turf gestookt, alles werd erop gekookt en warm gehouden, met enkele briketten voor de nacht werd de kachel op een laag pitje gezet, s`morgens gooide men zachte turf op het beetje vuur dat er nog was, waarna de warmte snel de kamer vulde en het water voor de thee werd gekookt.

Buiten aan de muur was de waterkraan met daaronder een klein afvoer putje in de grond, waar ook de urine werd geloosd, met hield dit toen netjes door af en toe bleekwater toe te voegen.
In de kamer werd je een keer in de week gewassen, de teil werd met warm water gevuld, daarin nam je plaats, en met een washandje werd je gehele lichaam met zeep schoongemaakt, waarna het washandje met koud water over je borst en rug ging, zodat je beter tegen de kou bestand was.
Later kwamen er badhuizen waar je voor 10 cent een douche nam, en de meegenomen schone kleding aantrok.

De iets beter bedeelde huurde een huis met een gang wc en stromend water, ook was daar elektrische licht, maar waren er veelal kokos of rieten matten in het huis.
Het huis werd iedere week schoongemaakt, vrijdags avond na zeven uur moest je in de straat de kokosmatten kloppen, op de houten ladder werden de opgerolde mat uitgevouwen en met de rieten klopper bewerkt, daarna borstelen met een harde borstel, alles in huis stofzuigen met het enige merk, de Excelsior, en daarna alles te dweilen.

De fiets stond veelal zonder slot op straat, weinige mensen gebruikte het fietsslot, mijn Opa had een fiets, op de achteras was een lange moer geschroefd, als hij op de fiets wilde, dan stapte hij op die uitstekende as, en zette met zijn andere been zich van de straat af om dan te gaan fietsen, heel weinig fietsen werden toen gestolen, nu moet je met een dikke ketting de fiets aan een paal vastbinden, en soms is ook die fiets nog gejat.

De eerste radio`s bestonden uit een droge en natte batterij, een frame om alles op te bouwen, met een bouwdoos werden de onderdelen gesoldeerd, en losse spoelen werden gebruikt om diverse zenders op te zoeken, met een genereer knop moest je links of rechts draaien tot deze begon te gieren, en dan zat je met kunst en vliegwerk op een zender, de uitzendingen waren veelal enkele uren in de lucht, wij vonden het prachtig als de krakende tonen door de kamer klonken, zondag avond was er een speciale uitzending, dan waren wij stil en luisterde naar de verhalen van Ome Keesje, iedereen zat dan in de kamer, later werd de radio steeds beter, en kwam er een kastje met plastic drukknoppen, met het groene oog kon je het geluid zuiver stellen, de eerste draaiknop om een zender op te zoeken, de tweede om het geluid harder te zetten.

De eerste Televisie toestellen kwamen in 1953, het was een klein kastje met een kleine beeldbuis en drie knoppen om deze geluid en voor het afstellen van het beeld te gebruiken, de prijs was hoog, 600 guldens moest je ervoor neerleggen, daar kwam toen hele familie`s op af, op bezoek om de eerste uitzendingen ook te willen zien, de kamer zat vol met kijkers, weken kwam de familie naar deze eerste TV uitzendingen kijken, waarna later andere van hun gespaarde centen een kleine TV kochten, wel moest er een speciale antenne op het dak aan de schoorsteen gemonteerd worden om het beeld en geluid te kunnen ontvangen, de kabel ging veelal door een raam naar binnen.

Een verjaardag werd altijd gevierd, de kamer zat altijd vol, de familie kwam bijtijds aanzetten, het eerste wat je kreeg was een kop thee met een koekje, daarna de koffie met een gebakje en een of twee borrels, wijn werd er haast niet geschonken, je kon een aangebroken fles wijn niet lang bewaren.
Wilde een stelletje gaan trouwen, dan gingen zij eerst onderteken op het stadhuis wat zes weken duurde, daarna stapte men in het huwelijks bootje.
Bij het twaalf en half jarige huwelijk werd zes weken van tevoren slingers in de kamer opgehangen en op de spiegel werd met zeep alles aangegeven, bij het 25 jarig huwelijk was dit hetzelfde.

48 uur was de werkweek, bij overuren werd de eerste twee uur 25% extra betaald, daarna werd het 50%. Veel mensen liepen naar het werkt, zij die een fiets hadden waren de meer welgestelde, de werkzaamheden waren in de stad, weinig mensen werkte in een andere plaats.
Mijn Opa werkte in de Haagse duinen, vanuit het centrum moest hij met zijn schop lopende naar zijn werk en liep langs de watertoorn naar de opgegeven plaats, het werk was toen de gehele dag tot het schemer werd, en terug liep naar huis, zaterdags kreeg hij 5 gulden, er werd nooit over het aantal uren gesproken, later zijn de 48 uur werken ingevoerd.
Den Haag was toen een kleine gemeente, de aanliggende plaatsen waren Voorburg en Rijswijk, deze zijn later aaneen gegroeid, en is nu een gemeente geworden.

Als je wat onder je leden had, ging naar de dokter nam plaats in de wachtkamer tot je aan de beurt was, de arts schreef gelijk een recept uit, en bij de apotheek kreeg je het recept, bij een hoestdrank was een mooi gevouwen papiertje over de kurk gezet, vele ziektes waren nog onbekend, tering was een beladen woord, het woordje kanker kende men nog niet, er waren voor veel ziektes nog geen medicijnen, mijn vader is toen hij 48 jaar was overleden aan sterk verhoogde bloeddruk, veel mensen stierven jong.

De telefoon was een luxe artikel, alle berichten gingen per brief naar de persoon via het postkantoor, en zo kreeg je ook antwoorden op de gestelde vragen, alleen als het bericht nootzakelijk was, de postzegels waren duur, was er haast met een bericht da stuurde men een telegram.

Na het overlijden van een buur hielpen de naasten Pro Deo voor de laatste eer, en hielpen dikwijls met de voorbereidingen van het opbaren van de kist.
Ttijdens een bevalling werd de vroedvrouw te hulp geroepen, deze was er doorsnee snel en hielp tijdens de bevalling. Zij kreeg van de buren een paar eitjes of een onsje ham om aan te sterken, de gemeenschap was toen groot, het was gewoon dat je werd geholpen.
De straat was voor de jeugd, knikkeren was in een bepaalde tijd van het jaar, iedereen had knikkers van klei, men noemde deze ook wel een kalkendot, later kwamen de eerste glazen knikkers, deze waren duur, en als je deze bezat was je spekkoper, tollen deed je met een priktol, er waren twee soorten, een met de perentaas de andere met een appeltaas, deze sport werd het meest door jongens gedaan.
Meisjes tolde met een zweeptol, en zweepte met een klap tegen de tol om deze steeds draaiende te houden, touwtje springen werd het meest door meisjes gedaan, met een lang touw konden zij vele figuren maken, en deden het veel in groepjes.
Pinkelen was meer een sport voor de jongens, op een stalen put midden op de straat stond een jongen op de put en moest proberen de pinkel van de put weg te slaan, bleef deze op de put liggen dan was de gooier baas over de put.
Als een agent zag dat wij aan het voetballen waren werd de bal afgepakt, soms konden wij snel met de bal de hoek om, werd je gepakt, dan moest de jongen mee naar het Politiebureau, en mocht naar een uur zitten weer naar huis.
Kinderfietsje huren koste 5 cent voor een uur, deze waren te huur bij de snoepkeet, je stond je eerst lang te kijken voor het winkelraam voor je iets kocht voor je cent, ook met een halve cent was iets te koop, in de grabbelton mocht je op gevoel iets pakken, meestal was het rommel, maar het onbekende leek wel wat, in diezelfde winkel was ook een waterstokerij, s`maandags naar de waterboer om voor 3 cent een volle emmer heet water naar huis te zeulen voor de witte was, daarna kwam de bonte was aan de beurt, de houten wasbok werd in de keuken geplaatst,de grote teil erop, en de hete was werd daarin gedaan, daarna boenen met een harde schuier over de kleding, en dikwijls met toevoeging van groene zeep, om na afloop alles door de wringer te halen, twee keer naspoelen daarna spoelen met een zakje blauw, het drogen van de was geschiede bij droog weer op de bleek in het gras, bij regen kwam alles aan de lijn te hangen.
De was strijken gebeurde met ijzeren bouten die heet werden gemaakt op de kachel, sommige hadden een strijkijzer met houtskool, welke eerst werden voorverwarmd.

Er was weinig bus vervoer, het merendeel waren trams, de Blauwe tram, die ook blauw gekleurd was reed van Den Haag naar Amsterdam, en stopte op heel veel plaatsen onderweg, in Amsterdam aangekomen moeste de tram worden overgezet op de smalspoor rails, een familie lid vertelde mij dat hij nooit verder was geweest dan tot Amsterdam, het geld om te reizen was duur, en centen uitgeven voor openbaar vervoer was dikwijls te veel voor de werkende arbeiders.
Wel zie ik nog een beeld voor mij van 1932 dat een Oom, broer van mijn moeder, een auto had gehuurd en wij met z`n viertjes naar Amsterdam zijn gereden,onderweg moest de auto twee keer stoppen voor een tolhuisje, een slagboom hield je tegen, de eigenaar van de tolpoort kwam naar buiten, en vertelde dat er 2 cent tol betaald moest worden, waarna de slagboom omhoog ging, en je over de particuliere stukje grond door kon rijden.
Eenmaal in Amsterdam aangekomen kregen we pech, mijn Oom moest stoppen voor de aankomende tram, hij stopte net in een bocht van de rails, met luide klap schampte de tram een spatbord van de kar, wat bleek de oorzaak, het Amsterdamse smalspoor was bij mijn Oom onbekend, waarbij de tram verder buiten de rails zijn draai maakte als wij in Den Haag gewend waren, Den Haag had toen een bredere rails, het was niet zo leuk, en hebben het spatbord in de wagen meegenomen.

Aardappelen en groente waren vooral in de zomermaanden volop te koop, buitenlandse producten bestonden niet, wij hadden in die tijd, Sla, Andijvie, Raapstelen, tomaten, Savooiekool, Rodekool, Asperges, Brussels lof, Komkommer, Sla, Rabarber, Snijbonen, Prinsessenbonen, Raapstelen, Porselein, voor de wintertijd maakte men Zuurkool, Snij en Prinsessenbonen klaar, dit werd ingemaakt in het vat, met toevoeging van veel zout, iedere week werd het schuim van het vat gehaald, met oud en nieuw bestelde je bij de groetenboer een kropje sla voor een klein slaatje na de jaarwisseling.
Hollands fruit, Appelen, Peren, Druiven uit de kassen vanuit het Westland, Pruimen,Citroenen, Aardbeien, Bessen, Meloenen, Bramen.

Fotografie heeft veel veranderd, de eerste camera`s zat een gevoelige plaat in, met een doek voor de lens, als je een foto wilde maken zat je achter het doek en knipte je de foto, later kwam een boxje waarin je een rolletje gevoelig papier monteerde, je maakte leukste foto`s, de maat van de foto was zes bij negen, daarna kwam de klap camera met een balg, als je deze opende knipte je de foto`s, als het rolletje vol was bracht je dit naar de fotograaf, die alles ontwikkelde en drukte deze af op glanzend of mat papier, waren de opnamen mooi en scherp dan kon je deze laten vergroten.
In die tijd was een blits verlichting duur, zelf heb ik diverse keren blitspoeder gebruikt en kreeg goede foto`s die ik nu nog bezit.
Nu is een digitale camera heel gewoon, en heeft de fotograaf weinig werk, de meeste zijn gestopt met het ontwikkelen en afdrukken van de fotografie.

Zijn er nog vragen nadat u dit heeft gelezen, mail mij, fredkleij@home.nl

146 gesneuvelde Groningers

Op Java liggen nu 6200 gesneuvelde jonge militairen.
In de stad Groningen zijn 146 jongens herdacht.
Op de begraafplaats Selwerderhof aan de rand van de stad heeft de gemeente Groningen een mooi monument onthuld waar nabestaande een bezoek kunnen brengen, terug denken aan drie rampspoedige jaren op Java.
De ouders zijn inmiddels overleden, een broer of zuster bezoeken deze begraafplaats, tijdens de jaarlijkse herdenking zijn veel Groningers aanwezig
1947-1950 is een gevaarlijke tijd geweest, zij die terug kwamen hebben veelal weinig over die oorlogsjaren willen of kunnen praten, kinderen vragen nu weet u soms nog iets van wat mijn vader heeft meegemaakt.
Deze levende beelden geven aan wat zij gedenken.
Vragen is mogelijk fredkleij@home.nl

9992_video

Onze opleiding en op weg naar de tropen

Pamatedenfred Levensbeschrijving van een HagenaarGeboren op 20 Mei 1926 te Den Haag zag deze ik voor het eerst mijn ouders en mijn 3 jaar oudere broer Ted, van de eerste jaren weet ik niet veel, dit begon zich te ontwikkelen na een paar jaar, wij woonde op de Hoefkade 1060 de langste straat van Den Haag, regelmatig namen mijn ouders ons mee naar buiten, het lopen ging mij na een jaar goed af, inmiddels drie jaar later mocht ik vrij op de stoep lopen, alleen hadden wij naast de woning een portiek waar ik op klauterde, met het gevolg dat ik eraf viel, het werd door twee jonge dames opgemerkt, die mij een heerlijke bonbon in mijn mond stopte, ik merkte dat het leven ook heel veel goede bedoelingen kon hebben. Waar wij woonde was een gezellig klein huisje met achter een tuintje en in het midden een gezamenlijk grasveld, wij speelde veel in de tuin, en af en toe haalde mijnvader de toverlantaarn tevoorschijn, en op een laken werden de mooiste beelden gedraaid, waarbij Pa tekst en uitleg gaf van wat wij zagen, naarmate wij groter werden, moesten wij soms boodschappen doen, op de overkant van de straat was een viswinkel, daar haalde ik een ons uierboord waar mijn vader heerlijk van zat te smullen, kruimeltje zout erop en even later was het op. Pa had een hele goede baan, werkte bij de Oranjeboom brouwerijen, als hij na het werk thuiskwam, volgen wij naar de deur om in zijn trommel te kijken of er nog brood inzat, het werd door ons beiden verdeeld en smakelijk opgegeten, soms was het kaas die half verdroogd ertussen zat, maar wij vonden het heerlijk, Ma het orde en regel met eten, vaste tijden van opstaan en eten, we mochten volop eten maar zij vertelde altijd, twee boterhammen met belegen de andere kregen we alleen margarine op. Ma kwam in verwachting en Pa ging op zoek naar een grotere woning, we verhuisde naar de Bresterstraat, met een tuintje voor en achter, meer ruimte, en tegenover twee grote scholen.Moest van mijn vader naar een Montessorie school, mijn vader hield meer van de vrije leerwijzen, en dat bleek ook te kloppen, na eerst de kleuterschool doorgelopen te hebben, kreeg ik op de grote school in de eerste vijf klassen Juffrouw Vogelgezang, waarvan ik weinig goeds van kan vertellen, zij gaf aan kinderen die heel goed konden leren extra les, de andere werden wel geholpen maar wij merkte later het verschil, vooral toen wij in de hoogste klas het hoofd van de school als lerares kregen, mevrouw Jansen gaf goed les, maar te laat om vele klasgenoten extra bij te laten leren.Omdat mijn oudere broer de technische school had doorlopen, koos ik voor het vak metaal bewerker, en kwam op de technische school terecht.De oorlog brak uit, en de Duitse legers vielen ons land binnen, vijf dagen heeft het geduurd, en Nederland gaf zich over na het bombardement op Rotterdam. Mijn vader overleed vlak na de overgave aan een veel te hoge bloeddruk, medicijnen waren er toen niet, mede daardoor kreeg miijn moeder veel minder geld, thuis moest moeder met heel weinig zien rond te komen, en ik had geen zin meer om op school te zitten, bood haar aan om te gaan werken, kreeg gelijk een baan, 48 uur werken bij een verwarming bedrijfje, verdiende 2.50 in de week, en mocht 25 cent zelf besteden,vloog van de ene baas naar de andere, iedere keer weer een ietsje meer, verdiende naar een jaar 5 guldens, bij een kleine bedrijf die zakjes Mundie Wijsaus maakte voor bij het warme eten, in het metaal was toen geen werk, de moffen hadden op veel Nederlandse metaal voorraden beslag opgelegd en afgevoerd naar het Roergebied, waar grote metaal fabrieken alles verwerkte voor de Duitse weermacht.Nadat wij merkte dat Hitler steeds meer in het nauw kwam te zitten, zagen wij in het laatste oorlogsjaar hoe het eten wat op de bon was steeds schaarser werd en wij in het westen honger kregen van de kleine beetjes die nog te koop waren in de winkel, mensen die voldoende geld haddeb kochten op de zware markt, maar moesten voor een broodje zestig guldens betalen.Deze oorlog teisterde zijn tol, in het laatste jaar hield het Duitse leger in Den Haag een hele grote razzia, de gehele stad werd afgezet, niemand mocht op straat komen, toen wij hoorde wat hiervan de bedoeling was, kropen wij thuis onder de grond, met de hoop dat zij ons niet zouden vinden, wij hadden veel geluk, in de kleine Retiefstraat hebben de soldaten gedacht, laat dit maar zitten, en gingen ons straatje voorbij.Na de rust was teruggekeerd zijn wij op onze krakkemikkige fietsen zonder banden naar de Haarlemmermeer polder gefietst, in de hoop eten te kunnen bemachtigen, thuis was haast niets meer te eten, en kreeg moeder van ons de etens bonnen, in de polder belde wij aan en vroegen wij bij iedere boer om brood, veelal kregen wij een boterham, en s`nacht mochten wij in de schuur van een boer slapen, hebben van enkele een stapeltje brood gehad en sliepen gekleed in het stro of hooi.De Duitse legers werden verslagen, en na de bevrijding heb ik mij opgegeven voor militaire dienst, en na twee keer te zijn overgeplaatst, kwam ik bij de 17 compagnie van de Aan en Afvoertroepen.Wij millitairen van de 17 Compagnie AAT, kregen een korte infanterie opleiding van zes weken in de Dethmers kazerne te Eefde, tijdens deze opleiding werden wij gedrild door een sergeant die tot de vaste staf behoorde van deze kazerne, hij kreeg de naam Oetje boe, het was een kreng van een kerel die je voor het lichtste vergrijp straf gaf, de toen heersende militaire orde was dat wij als soldaat alle onderofficieren en officieren moesten begroeten, het betekende dat wij halt en front moesten maken en salueren voor je meerdere, later toen wij na onze tropentijd voor herhaling in de kazerne waren, was dit ritueel teruggebracht, en alleen de officieren moesten begroeten.Als ik terugkijk hoe de reis per schip verliep, gemiddeld waren wij vier weken onderweg, en kregen dikwijls corvee werk, het schoonmaken van de dekken, aardappelen schillen, of het warme eten ophalen uit de keuken die in het midden van het schip was, grote stalen emmers met handgrepen moeste wij door de vele gangen slepen naar de plaats waar houten tafels en banken waren, je kreeg dan een kwak eten in je mesting (metalen bakje met handgreep).Deze eerste reis was voor ons een vakantie, want naar vijf oorlogsjaren was dit een eerste snoep reisje, wij kregen als zakgeld 75 cent per dag, aan boord moesten wij betalen met speciaal gedrukt boordgeld, in de kantine was wel het een en ander te koop, maar waren wij zo door ons weekgeld heen, en werd het meestal omgezet in een pilsje PrincenDe oproep om je te melden in de kazerne was niet voor iedereen een pretje, vooral zij die op een boerderij bij hun ouders werkte, mochten na goede argumenten thuis blijven, weigeraars werden opgepakt en kregen jaren celstraf, een van die weigeraars , een zekere Ponken Princen weigerde, maar werd wel naar de tropen gestuurd, dook onder, om bij aankomst op Java, over te lopen naar de T.N.I. Tentara National Indonesixeb, waar hij zich aansloot bij de vijandige tegenpartij, een vies mannetje die 50 jaar op Java is gebleven, als dienst weigeraar kon je wel in Nederland blijven, maar kreeg dan opsluiting in de cel, en daar had deze Poncen Princen geen zin in, na die 50 jaar kreeg hij het zelfs voor elkaar om via een toenmalige Minister toestemming te krijgen voor twee maanden familie verblijf in Nederland. Wij leerling chauffeurs zijn daarna overgeplaatst naar de Ripperda kazerne te Haarlem, waar wij met tien ton G.M.C. onze opleiding kregen, ook deze opleiding was zes weken, later hebben veel jongens het geweten, toen zij een truck kregen bleek de korte opleiding onvoldoende voor het rijden in de bergen, tevens moesten wij daar aan de linkerkant van de weg rijden, waar wij aan het begin erg aan moesten wennen, verschillende jongens reden hun wagen in de soep, en maakte een frontale aanrijding, in een lege wagen was het gemakkelijk rijden, het was wel het even anders als deze met drie ton vracht geladen waren, en de remmen veel zwaarder moesten worden ingedrukt bij het plotseling stoppen in het linkse verkeer, en tijdens konvooi rijden gebeurde het wel dat er een te dicht op zijn voorganger zat, en knalde hij er zo bovenop.De opleiding, was voor de infanterie onderdelen veel te kort voor de drie jaar dat zij in Indixeb hun werk in het bergterrein moesten doen, versnelt moesten de duizenden jongens naar de tropen, daar aangekomen waren vele leger eenheden druk in de weer om de opgegeven opdrachten uit te voeren, ervaring kregen zij pas na een langere verblijf.

Hoe denkt u over deze website?

Hoe denkt u over www.vertelhetjekleinkinderen.tk?

Belangrijke website [38.3%]
Goede website [38.3%]
Informatieve website [16.7%]
Andere mening (mag u mailen) [6.7%]

Stemmen: 60

Van de Haagse Klei(j)

Op vrijdagavond 2 november was de feestelijke uitreiking van Freds biografie: ‘Van de Haagse Klei(j) naar de Gordel van Smaragd’. Anderhalf jaar lang hebben Fred van der Kleij, Margriet van der Kleij en Freerk de Hoop gewerkt aan deze prachte levensbeschrijving. Om een indruk te krijgen kunt u de voorkant bekijken door te klikken op: http://vertelhetjekleinkinderen.web-log.nl/omslag.pdf